Als je wilt opnemen met een microfoon, moet je die aansluiten op de Mic-ingang van je audio apparaat. Keyboards, mic-preamps of mixeruitgangen sluit je aan op de Line-ingang.
![]() Ingangskanaal-kiezer |
De niveaumeter van de track werkt zodra je op de Opn-knop van de track klikt (deze wordt dan rood). Je kunt nu het opname-niveau instellen. Hoe je dit doet hangt af van je geluidsapparaat:
Het opname-niveau is goed als de meter tijdens pieken het gele gedeelte bereikt.
Opmerking: de levelmeter in het rood laten komen is absoluut af te raden bij digitale audio.
(*): De Ingang knop toont de Systeemvoorkeuren voor audio. Als je audio-aparaat een eigen configuratieprogramma heeft, kun je via het pijltje omlaag in het menu kiezen voor 'Bladen naar bedieningspaneel van apparaat...'. Je kunt daarna het bedieningspaneel openen via "Bedieningspaneel apparaat". Als "Knop toont bedieningspaneel van apparaat" is aangevinkt, wordt dit geopend als je op de Ingang-knop zelf klikt.
Onder de motorkap
De niveaumeter leest 0.1% hoger dan het werkelijke opname-niveau tijdens opname, zodat het eerste rode segment gaat branden bij clipniveau. Anders zou er nooit een rood segment oplichten, aangezien het Audio In Apparaat geen data boven clipniveau kan genereren.
De Pro-editie biedt twee functies die live multitrack-opname gemakkelijker maken:
Tip: je kunt alle Opn-knoppen tegelijk aan-/uitzetten door op één te klikken terwijl je de Ctrl-toets (Windows) / Command-toets (Mac) ingedrukt houdt.
Opmerking: het is meestal makkelijker om de optie "Mix naar audiobestand" in het Mix-Export menu te gebruiken.
Een audiotrack neemt het signaal op van de Master-sectie als de optie Master Uit is geselecteerd in de ingangskanaal-kiezer. Deze functie kun je gebruiken om de song naar stereo te mixen (zie mastering).
Je kunt deze functie ook gebruiken om tracks samen te voegen om het aantal tracks in de song te verminderen. Bijvoorbeeld: een backing vocal groep met vijf tracks kan worden samengevoegd tot één track door deze op te nemen in een nieuwe track (zet tijdelijk alle andere tracks uit en bypass de effecten in de Master-sectie). Daarna kun je de vijf originele tracks uitschakelen (via hun Afsp-knoppen), en de nieuwe track gebruiken.
Op dezelfde manier kun je deze optie gebruiken om een track met effecten die veel rekenkracht gebruiken te "bevriezen". De nieuwe (audio)track bevat dan de effecten in zijn audiobestand, waardoor de rekenkracht weer beschikbaar komt.
Je stelt het zo in:
De audiotrack die opneemt wordt niet "ge-soft monitored" (anders zou je de oefenmodus-track dubbel horen).
Opmerking: dit werkt niet met VariSpeed.