De Noise Gate verzwakt signalen onder een bepaald niveau. Je kunt hem gebruiken om ruis, of hoofdtelefoon-overspraak die is opgenomen door een zangmicrofoon, uit een track te verwijderen.
![]() Noise Gate-venster |
Drempel bepaalt het niveau waaronder het signaal wordt verzwakt. Reductie regelt hoeveel verzwakking wordt toegepast op signalen onder de drempel. Grote verzwakking kan ervoor zorgen dat de Noise Gate trager reageert.
Attack bepaalt hoe lang het duurt voordat de Noise Gate opent (dus het signaal doorlaat). Release bepaalt hoe lang het duurt voordat de Noise Gate sluit (dus het signaal verzwakt). De waarden zijn de tijden die nodig zijn voor een verandering van 60 dB. Hold stelt een vaste tijd in om te wachten nadat het signaal onder de drempel zakt. De releasefase begint nadat de Hold-tijd is verstreken.
De Open-indicator licht op als de gate open is. Dit wordt ook weergegeven in de effectslot zelf.
De Triggersignaal Historie aan de linkerkant laat zien hoeveel tijd het sidechain-signaal (na effect-bewerking) op een bepaald niveau blijft (hoe hoger de balk, hoe meer tijd op dat niveau). Het huidige ingangsvolume wordt horizontaal onderaan weergegeven. Deze Triggersignaal Historie maakt het heel makkelijk om de drempel goed in te stellen. Er is een gekleurd "gordijn" aan de linkerkant van het display die je kunt verplaatsen met de muis of de Drempel-knop. De signaalbalken die onder dit gordijn vallen worden gedempt (de gate is dus gesloten). De Triggersignaal Historie wordt automatisch gereset als je het transport start of als je het Noise Gate-venster opent. Je kunt het ook handmatig resetten met Command-R.
Kort samengevat stel je de Noise Gate zo in: