Opmerking: deze functie is alleen beschikbaar in de Pro-editie.
Je mix vergelijken met soortgelijke commerciële opnames kan erg nuttig zijn. Als het vergelijkbaar klinkt, kun je verwachten dat je master goed klinkt op allerlei afspeelsystemen. Als het heel anders klinkt, heb je waarschijnlijk een mix gemaakt die alleen goed klinkt op jouw audiosysteem.
![]() Ref-knop |
![]() Referentiebestand instellingen-venster |
De knop Bladeren kan worden gebruikt om een audiobestand te laden. Als Lus is ingeschakeld, wordt het bestand in een lus afgespeeld. De Volume-schuifregelaar kan worden gebruikt om het niveau van de referentietrack aan te passen aan het master-niveau.
Vaak is het handig om alleen het refrein van een nummer af te spelen. Je kunt het audiobestand in een track laden, het refrein selecteren en het geselecteerde deel exporteren. Dit nieuwe bestand kan als referentiebestand worden gebruikt. Zorg ervoor dat de knop Lus is ingeschakeld.
Het referentiebestand wordt in mono afgespeeld als de Mono-knop van de Master-sectie is ingeschakeld, zodat je ook mono-versies kunt vergelijken.
Je kunt deze functie ook gebruiken als je een betere mix probeert te maken van een song. Mix eerst de oude versie naar een audiobestand en gebruik dat bestand als referentie. Nu kun je eenvoudig je nieuwe mix vergelijken met de oude.
Opmerking: de audiobestanden worden niet gekopieerd naar de songmap om te voorkomen dat er meerdere kopieën van relatief grote bestanden ontstaan. Ook presets bevatten het audiobestand zelf niet.
Opmerking: het referentiebestand is alleen hoorbaar als minstens één track audio afspeelt. Zowel audiotracks als MIDI-tracks met een software-instrument tellen mee.